Over de eigenschappen van diamant als mineraal zijn vele honderden boeken volgeschreven, van puur wetenschappelijk tot populair en meer publieksgericht - het gaat dan over mineralogie, gemmologische kenmerken, de eigenschappen van licht en reflectie etc., etc.
Wij beperken ons in dit verband tot het, op eenvoudige wijze, weergeven van het slijpproces van een brillantgeslepen diamant, uitgaande van een ruwe diamant met een octaëdervorm, de achtvlakkige variant.
Op de foto ziet u zo'n ruwe, bijzonder heldere diamant, meestal zijn de ruwe kristallen niet zo mooi en moet de diamantbewerker eerst kleine "venstertjes" op de steen aanbrengen om het
binnenste van de steen te bekijken.
Dit slijpen kan alleen met diamant in poedervorm, aangebracht op een gietijzeren schijf die, aangedreven door een electromotor tussen 2 spindels met een snelheid van ca. 3500 toeren per minuut draait, waarbij het uiterst belangrijk is dat de schijf volkomen trillingvrij kan draaien.
|
|
|
Hiernaast is schematisch weergegeven hoe de vlakjes, de facetten, op de briljant moeten worden geslepen, 57 in totaal (boven: de boven- en onderkant, beneden: het zijaanzicht).
De facetten moeten zo worden geslepen dat de verhouding perfect is en de scherpe lijnen tussen de facetten elkaar niet doorsnijden zodat één facet groter zou worden dan een ander.
Wanneer u het zijaanzicht van de briljant bekijkt, dan zult u zien dat de hoofdvorm al enigzins lijkt op de ruwe diamant erboven.
Bij de bewerking moet dus geprobeerd worden om deze grondvorm zoveel mogelijk te gebrui-
ken en dat wordt gedaan door een gedeelte van de ruwe diamant er af te zagen, waarbij eerst wordt aangetekend hoe we de juiste verhouding moeten krijgen, zodat er het minste gewichtsverlies ontstaat. (Gemiddeld gaat 50% van het Karaatgewicht verloren door de bewerking).
Aftekenen kristal en zagen
|
|